Mijn foto

Zomaar:

Neem inhoud van deze site over (XML)

Kijken

  • Ik hoop in Januari te starten met:
    Boppevistekaart

Aanbevolen:

IK LEES NU:

Laatste reacties

  • Tina Hahahaha, waren ze wel echt?
  • ton De volgende keer toch weer n
  • Python Goed getraind personeel!
  • karin Onhebzuchtig? Bescheiden???
  • karin @Wouter. Hahaha! Ooit heb ik
  • jotemo Nog een geluk dat jullie nie
  • Wouter Misschien is buikspreken een
  • karin @ Kwan.Voortaan check ik eer
  • Python Maar wel een bijzondere binn
  • kwan Ik ben al dagen aan het denk
web-log.nl, powered by TypePad


Dsc_2799_5

Gezellig dat je mijn site bezoekt.
Ik ben Karin. In het dagelijks leven illustreer ik v.n. kinderboeken en tijdschriften. Maar schrijven doe ik ook heel graag. Ik vang zoveel op dat ik alles wel op moet schrijven anders blijft alles in mijn achterhoofd zitten.
Bij deze deel ik mijn belevenissen.
©pictoright


Dat is snel

We nestelden ons in een paar lounge stoelen en vrijwel direct stond er een kwiek meisje naast ons. Kaarsrecht. ‘Willen jullie alvast iets drinken?’ vroeg ze. Ja, dat wilden we wel. We keken elkaar met grote ogen aan. 'Dat was snel!'

Terwijl we van onze chocolademelk nipten keken we om ons heen. Er hingen indrukwekkende kroonluchters en we proefden de sfeer van pluche ‘Goh! Daar is óók nog een hele ruimte,’ wees ik.

Ogenblikkelijk stond het kwieke meisje er weer.
‘Zégt U het maar!’
‘Euh? We hadden niet geroepen.’
‘Mijn collega zei dat jullie wenkten.’
‘Nee, hoor. Wij niet.’

‘Keek jij naar de ober?’ vroeg ik vriendlief.
‘Nee, JIJ wéés!’ fluisterde vriend.
‘Ik wees alleen even naar die ruimte daar.
Ik heb geen ober aangekeken.’
‘Misschien had hij zijn bril niet op.
In elk geval een GEWELDIGE bediening. Zo tref je het niet aan het Snkrmr.’
‘Jawel...heel fijn. Maar ik durf nu niet meer om me heen te kijken.’
‘Haha, Je hoeft alleen maar aan je oor te trekken of er komt al iemand aan.’
‘Ja, hihihi, dat is weer het andere uiterste.’


...

‘Er zit trouwens ook een krulletje scheef.’
‘Oh ja? Waar?’
‘Bovenop.’
‘Deze?’
‘Ja die.’

‘Zégt U het maar!’
vroeg het kwieke meisje.

Wie o wie?

Enthousiast zwaaide ik de voordeur open. Daar was ze dan eindelijk, mijn vriendin. Lachend zou ik haar begroeten.

Vriendin keek helemaal niet blij.

‘Nou zeg. Dat is ook geen ‘leuke’ entree!’
foeterde ze.
‘Ik sta hier midden in de poep!’
Ze keek me verontwaardigd aan.
‘Sórry! zei ik van de weeromstuit. Alsof ik hoogstpersoonlijk een poepje had laten vallen.
Op mijn eigen stoep.
Ik ontdekte inderdaad
een lichtbruin
zacht drolletje

(onderwijl hopend dat
de meneer van het stedelijk muziekkorps
er de vorige avond
niet in had getrapt.
Hij was nog zó blij geweest
dat hij de aan mij verkochte taaipop  zelf op mocht eten.)

Wie o wie?
Poepopdestoep

Terwijl vriendin naar de overkant liep om haar schoentje op de stoeprand en in het gras schoon te vegen zocht ik een schep om het overgebleven bruin van de stoep te schrapen.

Er volgde een omhelzing.
en een caramel cappuccino.

Buiten likte een onschuldige kat zijn vachtje.

Iets kleins

‘Zet je bij mij thuis de schoen? Dan stop ik er een cadeautje in,’ zegt het meisje tegen haar vriendinnetje.

Haar vriendinnetje knikt behoedzaam.
‘En dan zet IK bij jouw thuis mijn schoen en dan stop JIJ er een pakje in!’ bedisselt het meisje.

Ze lopen gearmd door het warenhuis.

‘Maar niet te duur hoor!’ aarzelt het vriendinnetje.
‘Ik ben aan het bezuinigen.’

‘Néé joh. Gewoon iets leuks, iets kleins van twintig euro ofzo.’

...Spaarvarken


De duim

Ze klaagde reeds een jaar over haar duim. De duim bewoog af en toe niet zoals zij dat wilde. De duim stond ‘vast.’

‘Zou je niet eens langs de dokter gaan?’ vroeg ik bezorgd. ‘Nou nee, ze wilde het eerst een tijdje afwachten. Echter, na een paar maanden klaagde ze nóg. Ooit had ze een vinger gebroken die uit zichzelf genas. Hij was wel een beetje krom gaan staan, maar soit.

‘Het zal wel naar mijn gat zakken,’ opperde ze vastberaden.
Het was een uitdrukking die zij sinds haar vroege kinderjaren gebruikte bij elk pijntje.

Naar de dokter gaan? Hóla! Dan zou ze wel iets héél ergs moeten mankeren. Bijna dood gaan, bijvoorbeeld.

‘Nu beweegt mijn duim alweer niet,’ pruttelde ze terloops tijdens het diner. ‘Kijk, als ik zó doe knakt de duim en blijft hij staan alsof hij de gehele dag "toi,toi,toi" roept.’
Ik overhandigde haar terstond de telefoon.

Als jij niet belt, doe ík het.

Ze werd doorgestuurd naar het ziekenhuis.
Vanwege een wachtlijst duurde het enkele maanden voor ze opgeroepen werd voor de operatie.
‘Ik ben toch wel blij,’ liet ze mij weten.
‘Het is niet normaal dat ik mijn duim niet onder de duim heb.’

Ze reisde per taxi richting ziekenhuis alwaar ze naar een zaaltje werd gebracht en in een operatiehemd gehesen. In die zaal stonden twee dokters klaar met mondkapjes voor terwijl ze met hun gedesinfecteerde handschoenen in de aanslag stonden.

Ze had toch een klein vraagje.

‘Mijn duim doet het opeens weer. Kijk!’ Ze gaf een triomfantelijke demonstratie. ‘Hoe wonderlijk! Is een operatie wel écht nodig?’ vroeg ze de arts. De vriendelijke man onderzocht de duim grondig en knikte.
‘Als u geen hinder heeft van uw duim , zie ik vooralsnog geen reden om te snijden.

‘De ‘operatie’ is geslaagd, HOERA!’ mailde ze opgelucht.

Een week later informeerde ik naar haar duim. ‘Het is weer zover,’ beaamde ze witjes.
‘Hij doet het weer niet. Oooh, wat gênant. Maar ik ga niet naar de dokter hoor!’ voegde ze er snel aan toe.

‘Het zal wel naar mijn gat zakken.’

Hier stond een stukje

Maar ik werd dringend verzocht het eraf te halen.
Ik kan het wel begrijpen.
In plaats van het stukje zal ik dan maar een mop vertellen.


Karel belt de dokter om de uitslag van zijn bloedtest te horen.
'Wel, ik heb slecht nieuws en héél slecht nieuws,' zegt de dokter.
'Begin dan maar met het slechte nieuws,' zegt Karel.
'Het slechte nieuws is dat je nog maar 24 uur te leven hebt.'
'Oooooh, schreeuwde Karel. 'Wat een ramp! ik kan me niet voorstellen dat er iets
nog erger is dan dit!'
De dokter kucht en zegt dan:
'Het héle slechte nieuws is...

ik kon je gisteren niet bereiken.'


Schrik_2


Powertjes

‘Can I have some more from these ahm, ahm,
tiny mini pancakes?’ wees de vrouw.
Op haar bord prijkte een overgebleven hoopje
poedersuiker.
Het witte vorkje
lag
er schuintjes
naast.

‘Do you mean, poffertjes?’
vroeg het meisje.

‘Yes, yes. I mean ...how did you call them ...euh powertjes? Ooooh, I love powertjes.


POWERTJES

These little space cakes.

They are SO great!'


Power


Te jong

Te_jong

Ik sloeg de deur achter me dicht en zwaaide in alle vroegte even naar de werkmannen op het dak van de buren. Ze zwaaiden vrolijk terug en even later riepen ze:

‘TE Jong! TE Jong!’

Ik moest heimelijk gniffelen. Nou ja! Te jong? Haha, die mannen waren zelf toch minstens tien jaar jonger?
Sjonge. De ochtend begon goed.

‘TE JONG!’
klonk het wederom vanaf het dak.
‘Jaa, nu weet ik het wel hoor,’
Ik fietste luchtig richting paadje.

‘De Jong zit op kantoor!’
schreeuwde een andere stem helder vanuit de loods.

Kggg!

Deze Column komt in de Pers van donderdag 22 oktober.

De_pers

Bezakt en bepakt strompelde ik de trein binnen. Er was nog een plaatsje vrij tegenover een mevrouw. ‘Mag ik hier plaatsnemen?’ zou een overbodige vraag zijn maar uit beleefdheid was ik van plan dit te verzoeken.
Terwijl ik slechts een fractie van een seconde naar haar onverschillige gezicht blikte, besloot ik de vraag prompt in te slikken.

Ik staarde ver uit het raam tot ik opgeschrikt werd door een vreemd geluidje.

‘Het is toch niet te geloven!’ dacht ik wrevelig.
Mevrouw was haar nagels aan het vijlen. Niet met een mooie glazen vijl, noch met een metalen exemplaar. Ze vijlde haar nagels met een ruw strookje schuurpapier.
Ze schuurde en schuurde verwoed.

‘Krggg, kggg, kgg.’

‘Als je onwelkome prikkels op afstand wilt houden moet je een glazen stolp om je heen creëren,’ had ik ooit ergens gelezen. ‘Dat houdt negatieve invloeden op afstand.’
Ik probeerde de stolp en een muurtje en zelfs een aquarium maar hoe ik ook oefende en trainde, ‘kggg, kggg,’ geluidjes bleven mij ongewenst tarten.

Terstond verschool ik me achter een tijdschrift. Ik tilde het blad demonstratief hoog voor mijn gezicht.
Het was een ‘Flow’, dus behoorlijk zwaar maar het gaf een warm, gezellig en veilig gevoel. Ik blééf bladeren en zorgde ervoor dat het blad geen millimeter zakte.

Het geluidje was abrupt gestopt. Ik gluurde even om het hoekje, dat kon ik niet laten. Ik geef toe dat ik een nieuwsgierig wezen ben.
Ze was nu met een gebroken plastic vorkje bezig om het vuil onder haar pasgevijlde nagels vandaan te peuteren. Daarna likte ze aan haar vingers. Van het kleine ding tot aan duimelot. Wellicht om enig slijpsel en vuil volledig weg te werken.

Kggg! Hebben mensen dan geen fatsoen meer?’
dacht ik onthutst.
‘Of hebben mensen juist het fatsoen om hun nagels bij te houden voor ze een afspraak tegemoet gaan.

Omdat ik pijnlijke armen begon te krijgen liet ik het tijdschrift even dalen.

‘Ziezo,’ sprak de vrouw vriendelijk terwijl mij haar nagels showde. Ze knipoogde.
‘Ik heb mijn loze tijd omgezet in een nuttig half uurtje. Zou u ook eens moeten doen.'

Kggg_2

PS: Voor de trouwe lezers: Ik heb de tekst herschreven en er een column van gemaakt.

Die mooie uren

Hoe is het toch mogelijk. Ik ben aan het schetsen en maak hierbij gretig gebruik van mijn computer.
De techniek staat voor niets.
Zojuist was het nog 13.00 uur. Echt waar, ik keek nog op mijn klok. En nu *schrik* is het al 17.00 uur. Waar zijn die vier lange uren gebleven? Geen kopje koffie heb ik ingeschonken. Ik blijf me verbazen. Nu moet ik rennen.


Vier mooie herfst uren weg. Vier!
Wat heb ik eigenlijk gedaan op deze middag?
Wat staat er op het beeldscherm?
Niets, nada!
Niks.

Ach_morgen_weer_een_dag_2


Zwembadhoofd

Een tijd geleden trok ik baantjes.
Ik zwom van de ene naar de andere kant.
Van het zwembad.

Omdat ik elke maandagavond baantjes trok, kwam ik al zwemmend dezelfde maandagavondhoofden tegen. Het waren veelal vrouwen-met-badmuts-hoofden maar ook grote-mannen-met-waterige ogen- hoofden.

Sommige hoofden kende ik louter ondersteboven. Een badmutsdame gleed bijvoorbeeld via haar rug voorbij. Schots en scheef.
Op een keer werd ik uitgenodigd voor een feest waar ik niemand kende. Ik toog schoorvoetend naar het huis waar familie en vrienden van het feestvarken in een kring mij op zat te wachten en wiens hoofden allen mijn kant op draaiden. De enige vrije stoel bevond zich naast ene heer die ik vaag bleek te kennen. Deze fotograaf had mij ooit, vanwege een akkevietje in een Galerie, waar ik in het bestuur zat, telefonisch (gelijk een dolle stier) uitgescholden. Gezellig.
Aan mijn andere zijde hing een vrouw die slechts voor zich uit staarde en kauwde met volle wangen. Een vrouwelijke variant van Wietse uit boer zoekt vrouw. Wietske grijnsde met dichtgeknepen ogen als een preuts konijn. Ik probeerde het gebakje zonder knoeien naar binnen te vorken en nam voorzichtige slokjes koffie. Mijn pink wees parmantig omhoog om mijn onbehaaglijke gevoel ietwat te compenseren.

Terwijl de jarige zijn cadeau’s uitpakte ruilden de gasten de nieuwste voetbalplaatjes met elkaar. Gesprekken gingen uitsluitend over gratis puzzels, speeltjes en bioscoopkaartjes. Ik verveelde me danig en sprak mezelf ernstig toe nóóit meer een dergelijk ‘feest’ bij te wonen. Ik verschool me achter een Suske en Wiske.

Toen ging de bel. Een onbekende man beende de ruimte binnen en nam plaats. Ik veerde op. Ik kende zijn gezicht. Maar waarvan? Waarvan, waarvan? WAARVAN?

Toen wist ik het.

Een zwembadhoofd! Hee! Nooit geweten zo blij te zijn met de komst van een bekend gezicht.
Wat een opluchting.

‘Ik ken jou!’ sprak het hoofd schuddend.
Ik nipte van mijn witte wijn.

‘Ik KEN jou...’
‘Blijf raden,’ zei ik lachend.

‘Van het zwembad?
Ja! Haha.
Ik kon jou even niet plaatsen.

...

Met kleding aan heb ik je nog nooit gezien!’