Ze klaagde reeds een jaar over haar duim. De duim bewoog af en toe niet zoals zij dat wilde. De duim stond ‘vast.’
‘Zou je niet eens langs de dokter gaan?’ vroeg ik bezorgd. ‘Nou nee, ze wilde het eerst een tijdje afwachten. Echter, na een paar maanden klaagde ze nóg. Ooit had ze een vinger gebroken die uit zichzelf genas. Hij was wel een beetje krom gaan staan, maar soit.
‘Het zal wel naar mijn gat zakken,’ opperde ze vastberaden.
Het was een uitdrukking die zij sinds haar vroege kinderjaren gebruikte bij elk pijntje.
Naar de dokter gaan? Hóla! Dan zou ze wel iets héél ergs moeten mankeren. Bijna dood gaan, bijvoorbeeld.
‘Nu beweegt mijn duim alweer niet,’ pruttelde ze terloops tijdens het diner. ‘Kijk, als ik zó doe knakt de duim en blijft hij staan alsof hij de gehele dag "toi,toi,toi" roept.’
Ik overhandigde haar terstond de telefoon.
Als jij niet belt, doe ík het.
Ze werd doorgestuurd naar het ziekenhuis.
Vanwege een wachtlijst duurde het enkele maanden voor ze opgeroepen werd voor de operatie.
‘Ik ben toch wel blij,’ liet ze mij weten.
‘Het is niet normaal dat ik mijn duim niet onder de duim heb.’
Ze reisde per taxi richting ziekenhuis alwaar ze naar een zaaltje werd gebracht en in een operatiehemd gehesen. In die zaal stonden twee dokters klaar met mondkapjes voor terwijl ze met hun gedesinfecteerde handschoenen in de aanslag stonden.
Ze had toch een klein vraagje.
‘Mijn duim doet het opeens weer. Kijk!’ Ze gaf een triomfantelijke demonstratie. ‘Hoe wonderlijk! Is een operatie wel écht nodig?’ vroeg ze de arts. De vriendelijke man onderzocht de duim grondig en knikte.
‘Als u geen hinder heeft van uw duim , zie ik vooralsnog geen reden om te snijden.
‘De ‘operatie’ is geslaagd, HOERA!’ mailde ze opgelucht.
Een week later informeerde ik naar haar duim. ‘Het is weer zover,’ beaamde ze witjes.
‘Hij doet het weer niet. Oooh, wat gênant. Maar ik ga niet naar de dokter hoor!’ voegde ze er snel aan toe.
‘Het zal wel naar mijn gat zakken.’
Laatste reacties